Vooraleer we de verplaatsing ook maar dachten aan te vatten, wou Erik nog even de zichtbaarheid om 1.15 uur bewijzen. Wel vrieskou ‘s nachts, maar klaar genoeg om geen verlichting nodig te hebben. De middernachtzon zelf zullen we niet meemaken omdat we veel te zuidelijk zitten.
We reden deze ochtend op de Troll-route om van de vorige bestemming naar Lillehammer te rijden.
Onderweg zagen we verschillende uitzichtspunten: over Sohlbergplassen bv.
We klommen naar hogere plaatsen waar de toendra overheerst en er weinig andere vegetatie overblijft. Helaas zijn dieren hier nooit te “zien”, op een wilde haas na.
Aangekomen in Lillehammer rond de middag, dus nog ruimschoots tijd om op verkenning te gaan.
Eerst en vooral zijn we de skischans van de Olympische Spelen van 1994 gaan bekijken, vanuit verschillende perspectieven.
Gelukkig spreek je die “a” als “o” uit
. De rest spreekt voor zichzelf, niet ?
Een kijkje van dichtbij voelt toch anders aan. Ook de Olympische toorts was van zo hoog heel goed zichtbaar.
Van hieruit kun je Lillehammer in zijn volle glorie vele meters lager zien liggen.
Enkele km’s verder ligt de bobsleebaan.
De petroglyfen liggen kortbij en zijn een bezoekje waard. Het is echter een serieuze afdaling van 1 km die bezaaid is met rotsblokken, groot en klein. Deze inspanning leidde tot deze rotstekeningen die 6000 jaar oud zijn. Dat ze momenteel rood zijn, heeft enkel te maken met herkenbaar voor de toerist (die we daar anders niet zagen). Er is geen enkel bewijs dat de mens toen kleur gebruikte. Ze stellen vooral herten voor.
Die rotstekeningen zijn te vinden op rotsen bij het water. Bij vloed zijn die dan ook niet te bereiken of te zien.
De tekeningen liggen net aan de Gudbrandsdalslagen. Dat is één van de langste rivieren van Noorwegen met zijn 204 km. “Lagen” is het Noorse woord voor water. De plaats waar Erik zich bevindt laat toe te filmen of fotograferen. Hij is echt omgeven door snelstromend water…
En op de terugweg begon het te regenen. Dat doet het trouwens nog steeds
.